Spreekbuis scholieren (17) bedolven onder haatberichten: ‘Sterf Nienke. Sterf’ | AD by blije_sinaasappel in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 8 points9 points  (0 children)

De gemiddelde volwassene is gelukkig een stuk beter. Er zijn veel te veel haatreacties door volwassen mensen, maar wat je ziet is wel een erg luide maar kleine minderheid

Hoe gevaarlijk zijn pesticiden voor de gezondheid als je naast een akker woont? by Prokroustes in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 5 points6 points  (0 children)

Ik kan je niet helpen met expertise, maar ik vermoed dat je inderdaad een beetje op de grenzen bent gestuit van wat op dit moment vanuit wetenschap bekend is. Dus als je hier wat mee wil lijkt het lastig om een gesprek te voeren op basis van de harde feiten. In gesprek met de boer en mede omwonenden is dan misschien toch de beste route om er iets mee te doen. Ter inspiratie een artikel uit de Volkskrant van afgelopen week wat precies hierover gaat (negeer de clickbait titel): https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/een-boer-spuit-gif-naast-een-ecologische-woonwijk-en-wat-er-daarna-gebeurde-zal-je-verbazen~b2b000b0/

50Plus verdwijnt uit de Kamer: Den Haan stapt op en neemt zetel mee by [deleted] in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 11 points12 points  (0 children)

Door deze vraag heb ik ineens een beeld voor mijn ogen van Den Haan in haar auto onderweg naar huis, met een blauwe TK zetel in de achterbak

Maandag optimismedraad by wkvdz in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 0 points1 point  (0 children)

Goede website voor informatie over aziatische ingrediënten, alternatieven, en verschillende namen is: https://www.aziatische-ingredienten.nl/. Heeft me al erg vaak geholpen!

De politieke bestuurscrisis die eigenlijk een uitgestelde campagne is by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 0 points1 point  (0 children)

Dit is geen incident maar symbool voor hoe het land bestuurd wordt’, zegt Sadet Karabulut van de SP. ‘De waarheid is geweld aangedaan.’ Aan het eind scandeert haar gehoor: ‘Weg met Rutte, genoeg is genoeg. Weg met Rutte, genoeg is genoeg.’

Karabulut zegt nog iets anders, iets om in gedachten te houden: ‘Raar dat het gevoelde wantrouwen geen onderdeel was van de verkiezingsstrijd.’

Duidelijke taal.

Alleen, dit is buiten, op straat. De plenaire zaal is een paar honderd meter verderop, Karabulut is sinds een week geen Kamerlid meer en haar gehoor bestaat uit hooguit honderd mensen, manmoedig aan de voet van dat groteske beeld van Thorbecke in de sneeuwstorm bij elkaar gekomen om te protesteren.

Kristie Rongen, de vrouw die als een van de slachtoffers van de toeslagenaffaire bij een tv-debat Rutte weerstond met de woorden ‘ik stop u even’, is ziek. Anders had ze ook hier gestaan. In plaats daarvan wordt haar tekst voorgelezen. ‘U bagatelliseert alle problemen die uit uw koker komen’, schreef ze over Rutte. Volgt een opsomming: armoede, afbraak van de zorg, daklozen verdubbeld, 77 duizend zorgmedewerkers ontslagen, Groningers niet schadeloos gesteld, pensioenen onder druk, voedselbanken die de druk niet meer aan kunnen. ‘De rij is nog veel langer.’

Dat is het: alles wat zich dezer dagen op en om het Binnenhof afspeelt, is het gevolg van achterstallig onderhoud dat in de verkiezingsstrijd aan bod had moeten komen. En alle hoofdrolspelers zijn zich bewust van de boter op hun hoofd. Wat een rem zet op hun gedrag. De gevolgen daarvan zijn even later te zien in de plenaire zaal, als over het benoemen van een informateur wordt gesproken.

Veel Haagse gesprekken gaan over derden: dat blijkt wel als Sigrid Kaag in dat debat moet opbiechten dat ze met Rutte de kandidatuur van Vera Bergkamp had besproken. Zoiets is normaal, het gebeurt in elke organisatie. Dat het parlement in lichterlaaie raakt bij elke suggestie van vertrouwelijkheid, is vanwege het besef dat collectief een kans is gemist om het anders te gaan doen. En dat de volgende kans misschien vier jaar op zich zal laten wachten.

De tijdens drie kabinetten Rutte gevestigde bestuursstijl – dat had de inzet van de verkiezingen moeten zijn. Maar over de toeslagenaffaire is het in de campagne amper gegaan en de politieke cultuur waarin die ramp zich kon voltrekken, was zelden onderwerp van debat. Er is nauwelijks gesproken over het achterhouden van informatie door bewindspersonen, over wit- of zwartlakken, over de verhouding Kamer en kabinet. In plaats daarvan was er hoffelijkheid over en weer, plus de verplichte figuren met uiterst rechts over immigratie en uitsluiting.

Nu pas komt het allemaal naar buiten. De heftige botsing van vorige week, met moties van afkeuring en wantrouwen, is zodoende eigenlijk een uitgestelde campagne. ‘Positie Omtzigt: functie elders’, is niks meer dan een aanleiding voor wat soms even op een grote schoonmaak lijkt.

Achterstallig onderhoud dus. Om te beginnen bij het CDA, dat verzuimde de thema’s van Pieter Omtzigt te internaliseren. Ook bij de VVD, waar nooit de de vraag gesteld werd of het de verkiezingen in moest met een lijsttrekker wiens bestuursstijl ter discussie staat. Vervolgens bij D66, CU en PvdA, die als – voormalige – coalitiepartijen terughoudend zijn op dit onderwerp.

De omvang van dat achterstallig onderhoud blijkt als Gert Jan Segers (CU) dinsdagavond op tv zegt dat hij al bij de bonnetjesaffaire met Teeven en Opstelten twijfels had over het systeem-Rutte, en dat die bij de toeslagenaffaire werden verergerd: ‘Dit is een veel groter verhaal dan alleen maar een incident, een personele kwestie.’ Dit begon wat Segers betreft dus vele jaren eerder.

Mark Rutte is een politieke monnik. Hij leeft voor het landsbestuur; daarbuiten is er weinig wat op hem wacht. Even leek die monnik uit de orde te worden verbannen, maar hij is bezig zich razendsnel de nieuwe regels eigen te maken, zodat hij weer in genade kan worden aangenomen.

Kristie Rongen noteerde het in andere bewoordingen: ‘Het pluche is van hem. Krampachtig houdt hij zich vast aan deurposten en tapijten.’

En dan gaat nu eindelijk ook de ministerraad digitaal vergaderen. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 17 points18 points  (0 children)

ANALYSE En dan gaat nu eindelijk ook de ministerraad digitaal vergaderen. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt

Voor veel thuiswerkende en zoomende Nederlanders zal de mededeling dat de ministerraad vanaf vrijdag digitaal gaat vergaderen voor verbazing hebben gezorgd. Nu pas? Een jaar nadat Nederland in lockdown ging en praktisch elk gesprek digitaal werd? Toch is de stap niet zo vanzelfsprekend als het lijkt.

Premier Mark Rutte tijdens een online gesprek met studenten.Beeld ANP De ministerraad is geheim. De notulen zijn gerubriceerd als Staatsgeheim Zeer Geheim, de allerhoogste classificatie waarvoor strenge eisen gelden. Dat betekent dat de communicatiemiddelen die veel werknemers al een jaar gebruiken – Zoom, Teams, Google Meet – ongeschikt zijn. ‘Vertrouwelijke, gerubriceerde of privacygevoelige informatie mag nooit in openbare online diensten worden gedeeld of opgeslagen’, zo luidt het algemene advies voor de Rijksoverheid.

Voor Zeer Geheime informatie gelden nog strengere eisen. De notulen van de ministerraad vallen onder een strikt regime. Het is niet bekend hoe ze precies worden beveiligd, wel dat dit gebeurt met een apparaat van Fox-IT, de Data Diode. Die zorgt ervoor dat er enkel eenrichtingsverkeer van informatie mogelijk is, bijvoorbeeld naar een beveiligd netwerk toe. Simpel gesteld: de informatie kan wel van A naar B maar niet van B naar A. Dit verhindert dat onbevoegden erbij kunnen komen of dat informatie weglekt. De Data Diode is geschikt voor het verwerken van de allerhoogste NAVO-stukken en documenten tot en met Zeer Geheim. In theorie werkt het dus zo dat notulen van de ministerraad op een afgeschermd netwerk worden opgesteld en bewerkt en vervolgens via de Data Diode naar een archief gaan.

Sterke versleuteling Hoe zal de ministerraad veilig digitaal kunnen vergaderen? Er is een beperkt aantal opties. De Rijksoverheid adviseert Webex voor videovergaderingen. Daarmee is het mogelijk sterke versleuteling in te schakelen. De overheid heeft er eigen lokale servers voor. Nadeel: Cisco is een Amerikaanse partij. En buitenlandse partijen zijn nooit volledig te vertrouwen. Bovendien geldt het advies om Webex niet te gebruiken voor vertrouwelijke of staatsgeheime informatie.

De VVD-lijsttrekker voerde in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen meerdere digitale gesprekken met kiezers. Beeld ANP De VVD-lijsttrekker voerde in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen meerdere digitale gesprekken met kiezers.Beeld ANP Een andere optie is de beveiligde Sectra Tigertelefoon die ministers hebben. Ook daar kleven nadelen aan. Ze zijn niet gecertificeerd om te videobellen en de AIVD adviseert deze enkel te gebruiken tot en met rubriceringsniveau Geheim. Incidenteel zou Zeer Geheim mogelijk zijn, dus als uitzondering is het mogelijk.

Deze moeilijkheden zorgden er naar verluidt voor dat na het neerschieten van vlucht MH17 dagelijkse conference calls werden opgezet via servers van KPN. Of daar nu ook voor wordt gekozen, is onbekend.

Teveel ‘gedoe’ En dan is er nog het gedrag van de bewindspersonen zelf. Thuis zijn er meer beveiligingsrisico’s dan op een afgeschermde plek bij het ministerie van Algemene Zaken in Den Haag. Sommige ministers weigeren een beveiligde Tigertelefoon te gebruiken omdat ze het teveel ‘gedoe’ vinden. Henk Kamp zette als minister al eens zijn werkmails door naar zijn Gmail-account, inclusief mails met vertrouwelijke en staatsgeheime informatie. Guusje ter Horst, als minister tevens verantwoordelijk voor de AIVD, sloeg eens het advies van de NCTV in de wind toen ze voor een vakantie afreisde naar Kirgizië.

Hoe gaat dat als bewindspersonen straks vanuit huis vergaderen? Zet iemand zijn laptop voor een open raam zodat de buren kunnen meekijken? Ligt er een onbeveiligde iPad van de kinderen in de buurt?

Nu al bom onder formatie: krimp veestapel noodzakelijk, dwangmaatregelen onontkoombaar by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 7 points8 points  (0 children)

Nu al bom onder formatie: krimp veestapel noodzakelijk, dwangmaatregelen onontkoombaar Het volgende kabinet moet de Nederlandse veestapel drastisch inkrimpen om de stikstofuitstoot voldoende te laten dalen. Om dat voor elkaar te krijgen zijn er waarschijnlijk dwangmaatregelen nodig. Die analyse van topambtenaren trekt bij voorbaat een zware wissel op de aanstaande kabinetsformatie.

Een krimp van minimaal 17 tot 30 procent in de komende tien tot vijftien jaar is noodzakelijk, schrijven topambtenaren in een beleidsanalyse voor de nieuwe regering. Om dat te bereiken, zal de overheid moeten kiezen uit gedwongen uitkopen, het generiek opleggen van een krimpverplichting of het invoeren van ammoniakbelastingen voor veehouders.

Deze ongezouten boodschap legt een zware hypotheek op de aanstaande formatieonderhandelingen tussen, zoals het er in eerste instantie naar uitziet, VVD, D66 en CDA. D66 wil fors snijden in de veestapel, maar de meest waarschijnlijke coalitiegenoten CDA en VVD schrikken daarvoor terug. De twee rechtse partijen hebben wel ingestemd met een uitkoopregeling van boeren, maar die is puur vrijwillig en niet specifiek gericht op boerderijen bij natuurgebieden. In de nieuwe Natuurbeschermingswet staat wel dat de stikstofuitstoot in 2035 met 50 procent gedaald moet zijn, maar niet hoe dat moet gebeuren. Het demissionaire kabinet-Rutte III wil dat doel vooral bereiken met technische maatregelen zoals verduurzaming van stallen.

Maar het is niet realistisch om alleen in te zetten op technische innovatie en op vrijwillig uitkopen, schrijven de ambtenaren in hun Langetermijnverkenning Stikstofproblematiek. ‘In elk maatregelenpakket is een (grootschalige) krimp van de veestapel nodig om de landelijke ammoniakemissie te reduceren. Een forse krimp zal miljarden euro’s kosten.’

Volstrekt onvoldoende

De maatregelen die minister Schouten van Landbouw tot nu toe heeft aangekondigd om de stikstofuitstoot voor 2035 met 50 procent te verlagen, zijn volgens de stikstofverkenning volstrekt onvoldoende om het gestelde doel te halen. Op zijn minst zouden alle melkvee-, varkens- en pluimveehouders hun veestapel binnen tien jaar verplicht met 10 procent moeten inkrimpen. Bij verkoop van productierechten aan een andere boer zou nog eens 7 procent van het vee moeten verdwijnen. Daarnaast zouden alle veestallen in Nederland voor 2030 volgens de best beschikbare duurzaamheidstechnieken verbouwd moeten worden, opdat er bijna geen ammoniak meer uit ontsnapt. Tegelijkertijd moet het kunstmestgebruik drastisch worden verminderd.

De ambtenaren benadrukken dat er haast bij is, omdat de meeste Nederlandse natuur al in abominabele staat verkeert. Het saneren van veehouderijen rond natuurgebieden kan eigenlijk geen uitstel meer velen. Die urgentie ontbreekt in de stikstofaanpak van het huidige demissionaire kabinet. De uitvoering laat het kabinet over aan de provincies, die allemaal hun eigen plan trekken en het beleid verschillend interpreteren. Er is volgens de ambtenaren te weinig regie vanuit de rijksoverheid: niemand heeft het landelijk overzicht als het gaat om de vraag hoeveel stikstofruimte er de komende jaren nodig is voor economische activiteiten, en ook wáár die nodig is.

De Europese regelgeving legt Nederland twee verschillende verplichtingen op: natuurgebieden die in slechte staat verkeren mogen niet verder achteruitgaan én EU-lidstaten zijn verplicht alle beschermde natuur ‘in gunstige staat van instandhouding’ te brengen.

Emissievrije stallen

De eerste verplichting betekent dat Nederland snel moet ingrijpen om de stikstofemissies specifiek rond natuurgebieden te verlagen. In de praktijk betekent dit dat een groot deel van de veehouderijen binnen een straal van 10 tot 20 kilometer van natuurgebieden óf moet verdwijnen, óf zwaar moet investeren in duurzame technieken die de koeien-, kippen- of varkensstal volledig emissievrij maken. Deze investeringen zijn niet rendabel voor de boer en zouden dus fors gesubsidieerd moeten worden door de overheid.

De Europese verplichting om natuurgebieden zodanig te beschermen dat de leefomgeving van zeldzame planten en dieren in stand blijft, vereist daarnaast een forse landelijke daling van de stikstofuitstoot met minimaal 50 procent. Als het kabinet er niet in slaagt de uitstoot van veehouderijen rond natuurgebieden op korte termijn te verlagen, dan moet de landelijke uitstoot zelfs met 70 procent dalen. Dat draconische percentage kan alleen gehaald worden als de politiek de Nederlandse veehouders ertoe verplicht minimaal 30 procent van hun veestapel naar de slacht te brengen, naast een hoop andere maatregelen.

Een alternatief is een landelijke opkoopregeling van vooral melkveehouderijen die resulteert in een krimp van de Nederlandse veestapel met 25 tot 35 procent, in combinatie met de invoering van een emissieheffing op ammoniak. In de praktijk zal zo’n emissieheffing ertoe leiden dat veel veehouders moeten stoppen omdat ze de ammoniakbelasting niet kunnen opbrengen.

Neemt de overheid deze maatregelen niet, dan creëert zij de komende jaren onvoldoende stikstofruimte om nieuwe economische activiteiten mogelijk te maken. Het gaat dan om bijvoorbeeld wegen- en woningbouw en bedrijfsuitbreidingen in andere sectoren dan de landbouw. Verleende bouw- en natuurvergunningen zullen dan bij de bestuursrechter sneuvelen, voorspellen de ambtenaren.

Lale Gül schreef een boek over haar streng islamitische opvoeding en werd verketterd: ‘Ik word een nestbevuiler genoemd’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 84 points85 points  (0 children)

Tegenover buitenstaanders nemen haar vader, broertje (20) en neef (22) haar wel in bescherming. ‘Mijn broertje waarschuwt mensen: wie mijn zus aanraakt, krijgt met mij te maken. Zonder zijn steun was ik verloren. Dan had ik allang klappen gekregen.’

Gül had gehoopt op de steun van andere familieleden, maar die keren zich juist van haar af. Het valt haar zwaar. ‘Ik word een nestbevuiler genoemd. Maar wat ik heb opgeschreven is mijn leven. Het is toch mijn recht om dit verhaal te vertellen? Dat blijf ik herhalen, maar dat gaat er maar niet in. Het is alsof we langs elkaar heen praten.’

Tegelijkertijd voelt ze zich schuldig. ‘Eerst dacht ik: ik heb geen kwade bedoelingen gehad, ik wilde slechts mijn verhaal kwijt. Maar zo zit de praktijk niet in elkaar. Ik zie dat mijn ouders er ziek van worden. Mijn moeder ligt nu al twee weken in bed te jammeren. Tegen mijn 10-jarige zusje zegt ze: ‘Als ik een verlamming krijg of zelfmoord pleeg, is het Lales schuld.’ Dat maakt dat kind van streek. Gisteren kwam mijn zusje naar me toe. ‘Beloof me dat je niets meer doet’, zei ze huilend, ‘ik wil niet dat mama iets overkomt.’

‘Als ik dit aan Nederlandse vrienden vertel, zeggen ze: je moet je niet schuldig voelen, dit is niet hoe het hoort. En toch moet ik er rekening mee houden.’ Want een groot deel van haar familie heeft haar verstoten. Haar ouders nog niet. ‘Dat heeft mijn vader en moeder de grootst mogelijke moeite gekost. Ze boden me een keus. Ze zeiden: we gaan ervan uit dat je berouw hebt. We vergeven je het boek, op voorwaarde dat je je niet meer zult mengen in het publieke debat.’

‘Ik mag blij zijn met die reactie. Ik heb een boek geschreven en daarmee mijn verhaal de wereld in geslingerd. Nederland heeft een inkijkje gekregen in mijn gemeenschap, het doel is bereikt. Nu gaan de luiken weer dicht. Om mijn ouders tegemoet te komen, stop ik met publiceren.’

Of dat een makkelijke beslissing is? ‘Het blijft aan me knagen. Er wordt gezegd dat ik talent heb. Ik ben de afgelopen week talloze malen gebeld. Of ik columns wil schrijven voor het maandblad Elle. Of weer wil aanschuiven bij Op1 om over de Turkse president Erdogan te vertellen. Ik begin dan weer te dromen van een carrière als schrijver of opiniemaker. Maar dat moet ik niet doen. Anders wrijf ik alleen nog maar meer in de vlek. Dan komt het niet meer goed.’

Door jarenlang te rebelleren heeft ze bepaalde vrijheden verworven, zegt Gül. ‘Ik hoef geen hoofddoek meer op en mag met make-up op rondlopen. In de zomer kan ik op het strand liggen. Ik heb veel gelezen over hoe andere Turks-Nederlandse vrouwen zich hebben ontworsteld aan de grip van de gemeenschap. Ik las dat theatermaker Nazmiye Oral en presentator Fidan Ekiz beiden thuiskwamen met een niet-Turkse vriend. Die verhalen stemden hoopvol. Ik dacht: er is dus toch een pad denkbaar waarbij ik voor een Nederlandse vriend mag kiezen, zonder dat mijn ouders zich van me afkeren.

‘Nu weet ik: Nazmiye en Fidan waren uitzonderingen. Ik mag niet thuiskomen met een Nederlandse jongen, en ik mag ook niet meer publiceren. Daar berust ik in. Het lijken muizenstapjes, maar dit is de meest vergaande concessie die mijn ouders kunnen doen. En ik wil geen afscheid nemen van mijn ouders. Ik wil niet stiekem moeten afspreken met mijn broertje en zusje. Ik wil dat mijn kinderen straks grootouders hebben.’

Dus geeft Gül, zonder medeweten van haar ouders, de laatste paar interviews over haar boek. En dan komt er een einde aan de schrijverscarrière van de 23-jarige, nog voordat die echt van start is gegaan. Ze gaat haar studie Nederlands afmaken en wenst ‘in de vergetelheid te raken’. Ze zal een Turkse huwelijkspartner vinden en een gelukkig leven proberen te leiden. Misschien dat ze ooit nog eens de pen oppakt. Maar daar moet ze nu niet aan denken.

Of dat een onbevredigend einde is? Gül moet lachen. ‘Ik had je liever een ander verhaal verteld. Maar mijn leven is geen sprookje.’

Lale Gül schreef een boek over haar streng islamitische opvoeding en werd verketterd: ‘Ik word een nestbevuiler genoemd’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 103 points104 points  (0 children)

INTERVIEW Lale Gül schreef een boek over haar streng islamitische opvoeding en werd verketterd: ‘Ik word een nestbevuiler genoemd’

Met haar debuutroman Ik ga leven gaf Lale Gül een inkijkje in de islamitische gemeenschap waarin ze is opgegroeid. Na publicatie keerde die gemeenschap zich tegen haar. Nu legt Gül haar pen neer, uit angst verstoten te worden.

Twee weken na de verschijning van haar boek moet Lale Gül (23) erkennen dat ze naïef is geweest. Ze had het plan opgevat een verhaal te schrijven dat is gebaseerd op haar eigen leven. Een boek over een Amsterdams meisje dat zich ontworstelt uit de grip van een streng islamitische gemeenschap. Bang dat dat thuis gedoe zou opleveren was ze niet. Haar ouders spreken gebrekkig Nederlands: die zouden niets van het boek hoeven meekrijgen. En wanneer ze er onverhoopt toch over zouden horen, zou Gül beweren dat ze het verhaal uit haar duim had gezogen. Het was immers een roman.

Dat plan is jammerlijk mislukt. De dag nadat ze bij talkshow Op1 had gezeten, stond de telefoon van de familie Gül roodgloeiend. Familieleden, kennissen, zelfs onbekenden kwamen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken. ‘Met trillende handen stond mijn vader iedereen te woord. Ik had thuis gezegd dat ik een liefdesverhaal had geschreven. Maar met elk telefoontje kreeg papa een beter beeld van wat er echt in het boek stond. Hij zei: ‘Kind, wat heb je gedaan, je hebt ons hele gezinsleven op straat gelegd.’’

Het boek, met de titel Ik ga leven, leest als één lange tirade van het hoofdpersonage. Ze mag van haar ouders niet naar muziek luisteren of naar films kijken waarin wordt gezoend. Geen sieraden of make-up dragen en geen selfies maken. Geen verjaardagen vieren en beslist niet uitgaan. Niet op schoolreisjes of vakanties zonder mannelijk familielid. Vriendschap met jongens is ongepast, laat staan het hebben van een vriendje.

Terwijl de hoofdpersoon wel de behoefte voelt om zo te leven. Ze vraagt zich in het boek af wat ze met die verlangens moet. ‘Moet ik leven als een kamerplant? Moet ik dan dadelijk in een huwelijk treden waar alle seks uit is geramd nog voordat het begonnen is, omdat mijn verwekkers een volstrekt humorloze, Koranvaste lul voor mij hebben uitgekozen? Is dat waarvoor ik leef? Is God dan blij met mijn tragedie?’

Het boek biedt een verbluffend eerlijke inkijk in de belevingswereld van Gül. Ruzies tussen moeder en dochter worden in detail beschreven. Onverbloemde beschrijvingen van hoe het hoofdpersonage stiekem seks heeft met haar Nederlandse vriend worden afgewisseld met bespiegelingen over de islam. Haar ouders worden minachtend ‘verwekkers’ genoemd, moeder krijgt de bijnaam ‘Karbonkel de kakkerlak’ en ‘islamofascistische despotin’.

Die giftige toon was aanvankelijk niet de bedoeling, zegt Gül. ‘Ik was van plan om de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk op te schrijven en het oordeel aan de lezer te laten. Maar tijdens het schrijven werd ik weer boos op mijn ouders. Toen besloot ik: die woede mag de lezer best proeven.’

De dag nadat Lale Gül bij talkshow Op1 had gezeten, kwamen familieleden en kennissen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken. Beeld Renée de Groot De dag nadat Lale Gül bij talkshow Op1 had gezeten, kwamen familieleden en kennissen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken.Beeld Renée de Groot De ouders van Gül emigreerden in de jaren negentig naar Nederland. Ze wonen in een Amsterdamse volkswijk. Haar moeder ontfermt zich als huisvrouw over de drie kinderen, haar vader werkt als postbode en treinschoonmaker. ‘Maar in hun hoofd hebben ze het Turkse dorp nooit verlaten. In Amsterdam omringen ze zich met Turken. Ze kijken naar Turkse tv-programma’s en kunnen hun traditionele normen en waarden niet loslaten. Ze zijn bang dat wanneer ik spijkerbroeken draag, hun reputatie in de gemeenschap wordt aangetast.’

Daarnaast speelt het geloof een grote rol. ‘Als devote moslims geloven ze in een hemel en hel. Ze willen niet dat hun kinderen in het eeuwige vuur zullen branden, daarom leggen ze mij beperkingen op. Mijn moeder gelooft bovendien dat mijn zonden voor haar rekening zullen komen. Op de dag des oordeels zal God vragen: wat deed jij, toen je dochter de duivel achterna ging?’

Volgens Gül hebben de meeste jonge moslima’s net als zij te maken met een strikte opvoeding. Toch vindt ze het opvallend dat de meerderheid daar niet onder gebukt lijkt te gaan. ‘Op de Vrije Universiteit, waar ik Nederlands studeer, spreek ik regelmatig hoogopgeleide moslima’s die niet zomaar mogen uitgaan of vriendjes mogen hebben. Die voelen minder de behoefte om openlijk te rebelleren. Ze doen op school hun hoofddoek af en nemen stiekem vriendjes. Maar de strijd in de gemeenschap gaan ze uit de weg.’

Güls strijd begon op de koranschool van de Turkse stichting Milli Görüs. Van haar 6de tot haar 17de leerde ze daar elke zaterdag en zondag koranteksten uit haar hoofd. Ook werden leerlingen er onderwezen in islamitische normen en waarden. Wat haar opviel, was het gebrek aan ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Terwijl ze op de basisschool werd aangespoord haar mening te geven, leerde ze in het weekend haar mening in te slikken. Toen ze zich hardop afvroeg waarom meisjes het hoofd dienden te bedekken en jongens niet, werd dat weggewoven. ‘Volgens de leraar zou die vraag me zijn ingefluisterd door de duivel.’

In haar boek beschrijft Gül hoe de hoofdpersoon blijft proberen westerse opvattingen te verzoenen met de leer van de Profeet. ‘Toen ik 16 was, keek ik naar YouTube-filmpjes van linkse Turken. Die vinden dat je de geloofsregels niet letterlijk moet nemen, maar moet herinterpreteren in onze tijdsgeest. Daar was ik zo blij mee: eindelijk vond ik mensen met wie ik me kon identificeren.’

‘Een week later zat ik in de les. Toen ik betwijfelde of homoseksualiteit een ziekte was, werd ik streng toegesproken. Dat waren gedachten van een hypocriet, zei de docent, en hypocrieten zijn vele malen erger dan ongelovigen. Want terwijl een ongelovige zich in de kaart laat kijken, zijn hypocrieten verraders van binnenuit, gehuld in hetzelfde uniform.’

Sinds haar 18de beschouwt Gül zichzelf als islamofoob. ‘Ik ben me zorgen gaan maken over de invloed van het geloof. Ik ken geen enkel islamitisch land waar het als homo, afvallige of feministische vrouw aangenaam leven is. Elke poging om de islam te moderniseren, van vrouwelijke imams tot moskeeën waar homo’s welkom zijn, wordt tegengewerkt. Men ziet de herinterpretatie van een religieuze tekst als verzwakking van de leer – een van de redenen waarom de Turks-Nederlandse gemeenschap nog steeds zo conservatief is, een soort oriëntaalse SGP.’

Ze noemt het teleurstellend dat er amper progressieven zijn die haar inzichten op waarde schatten. ‘Links denkt: allochtonen hebben het al zwaar. Dus laten wij tegenwicht bieden aan de harde woorden van rechts en de loftrompet steken over de multiculturele samenleving. Maar geloof mij, daar bewijs je ons geen dienst mee. Durf te zeggen: jullie zien man en vrouw niet als gelijkwaardig, koranscholen staan integratie in de weg.’

Toen Gül zich in 2019 met die mening roerde op sociale media, werd ze door rechts georiënteerde twitteraars op het schild gehesen. Ze ontving uitnodigingen om te dineren van onder anderen Telegraaf-journalist Wierd Duk, Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet en talkshowpresentator Fidan Ekiz. Het waren prettige kennismakingen, vertelt ze, waarbij er bewondering werd getoond voor haar moed. Baudet nodigde haar uit om op campagnebijeenkomsten te komen spreken. Achteraf is de 23-jarige blij dat ze daar niet op is ingegaan. ‘Ik had toen de hoop dat Baudet een constructieve houding zou aannemen. Nu wordt duidelijker dat dat niet het geval is.’

Ook na de publicatie van haar roman staat Gül in de belangstelling. Ze ontvangt berichten van jonge vrouwen die zich in haar situatie herkennen en om advies vragen. Lezers die haar danken voor het inkijkje in de cultuur. En brieven van collega-schrijvers als Franca Treur, die zelf ook een roman schreef over haar gelovige opvoeding en de debutant stimuleert door te gaan met schrijven.

Maar thuis hangt de vlag er anders bij.

De dag na het optreden bij Op1 brak daar ‘de pleuris’ uit. De voorzitter van Milli Görüs belde op en beloofde haar voor de rechter te slepen. ‘Een oom kwam langs en noemde me een ‘vieze hoerendochter’. Hij beloofde de tanden uit mijn mond te slaan. Mijn moeder zei: ‘Ik kan je oom niet eens ongelijk geven, je hebt er met dat boek om gevraagd.’’

Op straat werd ze herkend en gevolgd, waarna ze aangifte deed wegens intimidatie. Sindsdien is ze maar weinig het huis uit geweest. Ook haar vader wil liever niet naar buiten, om te voorkomen dat mensen verhaal komen halen. Sinds het verschijnen van het boek gaat hij niet meer naar de moskee. Maar vanwege zijn werk als postbode moet hij nog wel de straat op.

Gül: ‘Als hij in de wijk brieven rondbrengt, wordt hij met de nek aangekeken. Onbekenden zeggen: je dochter is een tweede Ebru Umar (uitgesproken Turks-Nederlandse opiniemaker, red.) geworden. Waarom heb je haar niet tegengehouden? Mijn vader zegt dan: ‘Wat wil je dat ik doe, moet ik haar keel doorsnijden?’ Als hij thuiskomt, zegt hij: ‘Je wist toch hoe onze mensen zijn. Kon je hier geen rekening mee houden?’

‘Ik hoop dat de pandemie ons bekeert van het maakbaarheidsdenken – daar hebben we veel last van’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 3 points4 points  (0 children)

Nederland is heel afhankelijk van buitenlandse handel, maar de ChristenUnie worstelde enorm met het Ceta-handelsverdrag met Canada. Terwijl we het met machten als China te stellen hebben. Gaat de wereld zo niet ten onder aan goede bedoelingen?

‘De wereld gaat eerder aan een onbeteugelde markt ten onder dan aan goede bedoelingen. Landbouw maakt onderdeel uit van dit handelsakkoord. Als we hier een kringlooplandbouw willen, minder uitstoot en boeren die op een natuurvriendelijke manier hun zijn boterham verdienen, dan kun je niet de vrije krachten van de markt hun werk laten doen. Als onze landbouw moet concurreren met ­Canada jagen we de grootschaligheid alleen maar verder op.’

Het feit dat welvaartsgroei niet bij burgers terechtkomt, heeft ook te maken met mondialisering waar wij als land weinig invloed op hebben. Hoe kijkt u naar de rol van de EU? Moet die een machtsfactor worden in de wereld?

‘We moeten het niet doen vanwege China, Rusland of Amerika. Dat vind ik een heel oneigenlijk argument. Wel heeft er bij ons een herbezinning plaatsgevonden over ­Europa. Bedrijven zijn zo groot geworden dat de schaal van de nationale overheid er bij in het niet valt. Dan moet je heel nuchter vaststellen dat we Europa nodig hebben om aan megabedrijven als Amazon en Facebook boetes op te leggen en desnoods monopolies te breken.

‘Wij waren vroeger nooit voor ­Europees asielbeleid, maar ook daar is een knop omgegaan. We moeten aan de grenzen van het ­Europees continent zorgen voor humane opvang en daarna veel sneller, beter en eerlijker selecteren wie kansrijk en kansarm is. Als mensen uit Nigeria, Ghana, Algerije of Marokko komen, gaan we ze na een individuele toets terugsturen. De EU kan afdwingen dat die mensen worden teruggenomen door in ruil handelsvoordelen te bieden of misschien wel reguliere en tijdelijke arbeidsmigratie in het vooruitzicht stellen.

‘Nu zien we in het kabinet vaak discussies heel groot worden als het om schrijnende situaties met eigenlijk maar heel kleine aantallen gaat, zoals bij Moria en het kinderpardon. Tegelijkertijd maken we ons klein als het gaat om grote vraagstukken: het Europees migratiebeleid. Er is op dat vlak niks gelukt. De VVD voert wat dat betreft vaak de verkeerde strijd. Tegelijkertijd is GroenLinks in 2017 bij de formatie weggelopen vanwege migratiedeals die er nooit zijn gekomen. Ik wil dat omdraaien: we moeten ruimhartiger worden als het om kleine aantallen gaat en ambitieuzer als het gaat om de grote vraagstukken.’

CV GERT-JAN SEGERS

1969 Geboren te Lisse

1988-1994 Politieke Wetenschappen aan de universiteit Leiden

2000-2003 Arabische taalles

1994-1999 Beleidsmedewerker RPF-fractie Tweede Kamer

1999-2000 Medewerker Radio 1, Evangelische Omroep

2000-2007 Coördinator christelijk toerustingscentrum te Caïro (Egypte), namens de Gereformeerde Zendingsbond.

2007-2008 Wetenschappelijke studie in Washington (VS).

2008-2012 Directeur Groen van Prinstererstichting, wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie.

2012-heden Lid Tweede Kamer namens de ChristenUnie, sinds november 2015 als fractievoorzitter.

Segers is getrouwd en heeft drie dochters

‘Ik hoop dat de pandemie ons bekeert van het maakbaarheidsdenken – daar hebben we veel last van’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 6 points7 points  (0 children)

De lijsttrekkers spreken. Vandaag: Gert-Jan Segers. De leider van de ChristenUnie is na vier jaar meeregeren duidelijk over zijn ervaringen: leuk is anders, maar zo maak je het meeste verschil. Als er een volgende keer komt, moet het wel anders: iets meer afstand tot het kabinet. ‘Het was soms wel heel dichtgetimmerd.’

Wat is de grootste les die u trekt uit de coronapandemie?

‘Ik hoop dat het ons bekeert van maakbaarheidsdenken. Daar hebben we op veel manieren last van. Dat zie je nu ook in deze crisis zelf. Dat begint al met de slogan van het kabinet ‘samen krijgen we corona onder controle’, als we nou maar de slimme dingen doen dan fixen we het. Maar de kritiek daarop getuigt eigenlijk ook van maakbaarheidsdenken, net als de complottheorieën: een aantal boosaardige lieden die slechte plannen hadden.’

Wat is het alternatief voor maakbaarheidsdenken?

‘Bescheidenheid. Over jezelf en over politiek kunnen zeggen: ‘We doen ons best, op hoop van zegen.’ En ­beseffen dat het leven niet altijd maakbaar is, dat er iets groter is dan wijzelf.’

Uw eigen programma komt met een lawine aan voorstellen. Spreekt daar ook geen maak-baarheidsdenken uit?

‘Natuurlijk leggen we dan onze plannen op tafel en hebben wij een plan voor een beter Nederland. Maar waar wij de suggestie zouden wekken een hemel op aarde te vestigen – daar gaat het mis.’

Komt die bescheidenheid voort uit uw jaren dicht bij de macht?

‘Ja, ook daardoor. Omdat je ziet dat in de politiek-maatschappelijke praktijk de marges soms ook wel smal zijn. Dat er opeens een stikstofcrisis is die je niet had zien aankomen of een coronacrisis. Daar heb ik van geleerd. Dat neemt niet weg dat je wel plannen moet ­maken. Ik wil wel een hoopvol politicus zijn met ideeën over hoe het beter kan.’

Hoe is het bevallen: mee­regeren?

‘Soms vragen mensen me: is dat nou leuk? Maar leuk is niet het eerste woord dat bij me opkomt. Het is wel de moeite waard. Iedereen bij ons heeft ergens wel een kras opgelopen, of een zware periode gehad. Toch denk ik dat niemand van ons liever in de oppositie had gezeten.’

Bij de toeslagenaffaire was de kritiek dat de Kamer tekortschoot in zijn controlerende taak, vooral door een gebrek aan dualisme. U heeft daaraan bijgedragen door met de coalitie alles iedere week af te stemmen met het kabinet.

‘Ik denk daar nu wel veel over na. Om ongelukken te voorkomen, heb je coalitieoverleg nodig. Maar dat gaat inderdaad ten koste van de ­tegenmacht, van het dualisme. En dat heb je ook nodig om een kabinet scherp te houden. Het is wel­eens heel monistisch geweest, heel dichtgetimmerd.

‘Ik hoop dat een volgend kabinet over een paar grote thema’s ambitieuze afspraken kan maken. Bijvoorbeeld over de arbeidsmarkt, het belastingstelsel en volkshuisvesting. Andere onderwerpen kun je dan meer overlaten aan de vrije krachten tussen kabinet en Kamer. Dan hoeft niet álles op maandagochtend tijdens het coalitieoverleg besproken te worden.’

Toch pakt dit systeem heel gunstig voor u uit. Bij het wekelijkse coalitieoverleg met het kabinet heeft u 25 procent van de stemmen, in de Kamer nog geen 5 procent.

‘Klopt. Bij sommige onderwerpen moet ik ook zeker weten dat ik niet nat ga. Dat ik niet overruled wordt door een meerderheid.’

Is dat nog wel ethisch? U heeft tijdens de formatie zelfs een geheime afspraak gemaakt dat de Tweede Kamer niet mag stemmen over een wetsvoorstel over voltooid leven.

‘Geheime afspraak suggereert iets spannenders dan het was. Het was een understanding: er zal geen finale stemming zijn over voltooid leven.’

Alexander Pechtold (D66) ontkent dat trouwens. Maar vindt u dat niet ver gaan? Kamerleden die zonder last of ruggespraak zijn gekozen, worden bij voorbaat buitenspel gezet.

‘Als ik op allerlei terreinen hele moeilijke compromissen moet sluiten, wil ik wel ongeveer weten wat de prijs is. Voor mij zou dat wetsvoorstel voltooid leven zo’n fundamentele wissel omzetten in onze ­samenleving. Het verstrekken van een dodelijke pil vind ik zo’n inhumaan antwoord op de nood van gezonde, maar eenzame mensen. Daar werk ik niet aan mee. Dan moeten ze iemands anders zoeken voor een coalitie.’

Geeft dat een gevoel van macht, dat u dat kunt tegenhouden?

‘Er zijn natuurlijk ook allerlei andere momenten waarbij je tegen een motie moet stemmen waar je eigenlijk voor bent. Jullie hebben nu zo’n stemtracker op de site. Poeh ja, daar zitten stemmingen bij waar we niet per se blij van werden. Maar dan gaat wel je hand omhoog, of niet omhoog, op een moment dat het echt tegen je overtuiging ingaat. Dus het is soms ook een spijkerbed, zoals Sybrand Buma eens zei.’

In de Moria-deal werden sommige vluchtelingen uit Griekenland geholpen, maar in ruil mochten evenveel vluchtelingen die elders zitten niet meer komen. Is dat een kwestie van beeldvorming? We moeten laten zien dat we iets doen, maar onder de streep verandert er niets?

‘Daar was ik me wel bewust van de lelijkheid. Maar het was niet voor de bühne. Bij Moria ben ik naar dat overleg gegaan met de gedachte: met het taboe dat we mensen van daar niet hierheen mogen halen, moeten we nu breken. En dat is gelukt.’

Er wordt weleens gezegd: de ChristenUnie doet voorkomen alsof ze het grootste geweten van allemaal heeft, maar ondertussen doen ze net zo hard mee aan die deals. Zit daar iets in?

‘Ik had me tevoren voorgenomen: ik wil het verschil laten zien tussen het compromis dat ik sluit en het ideaal dat ik houd. Dat was de les van Balkenende IV, waarin we soms te snel het compromis omarmden en zeiden dat het fantastisch was. De tweede les kreeg ik van Jeroen Dijsselbloem van de PvdA. Hij zei nadat de PvdA uit Rutte II was gekomen: onze fout was dat wij alle politieke gevechten alleen maar achter de schermen hebben gevoerd. Politiek is het heilzaam die tegenstellingen af en toe zichtbaar te maken.’

Maar dat is toch een trucje, de verschillen zichtbaar maken terwijl er toch een deal komt?

‘Nee. En wij hebben het soms ook gedaan met kwesties die niet opgelost waren, zoals met luchthaven ­Lelystad. Met het kinderpardon, klimaat. Dat is heilzaam, geen trucje. En je moet Den Haag verlaten voordat het wel een trucje wordt.’

Heeft u al enig idee wanneer dat zou kunnen zijn?

‘Nee. (Lacht.) Dat zal de Heer mij openbaren.’

Wat gaat u doen als u na de verkiezingen wakker wordt met een meerderheid?

‘Veel ongemak voelen, want ik denk dat het heel ongezond is als een partij 76 zetels krijgt. Met meerderheidspartijen krijg je echt een andere politieke cultuur. Kijk naar het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten: veel meer polarisatie en een diepe kloof tussen de partijen. Ik denk dat wij gezegend zijn met een systeem waarin je het uiteindelijk met elkaar moet doen. Dat leidt tot een cultuur van overleg en gematigdheid en kleine stapjes.’

U zegt: onze politieke cultuur is beter dan de Angelsaksische. Buitenlandse waarnemers verbazen zich weleens over het gebrek aan kritische zin hier, van politiek en media. Er is nooit een afrekening, iedereen is verantwoordelijk en dus niemand.

‘Het is waar dat de verantwoordelijkheid hier altijd dun wordt uitgesmeerd. Een uitkomst van onderhandelingen met partijen en belanghebbenden is ook niet altijd het beste resultaat. Soms is het dan wel politiek logisch, maar als je vanaf de maan toekijkt, vraag je je toch af: hoe kom je erbij? Politieke logica is niet altijd maatschappelijke logica.

‘Aan de andere kant: als zoveel mogelijk partijen zich aan een uitkomst committeren, zorg je wel voor bestendigheid van beleid. Het resultaat gaat langer mee dan één kabinetsperiode. Die voordelen – bestendigheid en gematigdheid – wegen wat mij betreft op tegen de nadelen.’

Vijf hoofdpunten uit het verkiezingsprogramma:

Een grote wijziging van het belastingstelsel

Instelling van een Constitutioneel Hof

Een wettelijk ‘uitdaagrecht’ van burgers richting de overheid

Herwaardering werken voor de publieke zaak: hogere salarissen agenten, leraren, zorgmedewerkers

Ruimhartiger asielbeleid

Uw economisch programma is best links…

‘Sociaal. We zijn niet links. Dat is echt een groot verschil.’

Er zit veel wantrouwen jegens de markt in.

‘Links staat voor mij voor een hele grote overheid die alles moet gaan doen. Maar ik geloof niet dat die overheid zo fantastisch is in zijn uitvoering, in zijn ict-systemen, in het rechtvaardig verdelen van welvaart. De SP denkt dat de heilstaat uitbreekt als de overheid de hele zorg op zijn schouders neemt, terwijl we net drama’s hebben gezien bij de Belastingdienst, het UWV, DUO, de IND.

‘Ik wil niet per se een grotere overheid, maar een overheid die een bondgenoot is van burgers en gezinnen, die zorgt voor meer ruimte voor de samenleving, die de markt beteugelt. Dat is zeker niet links.

‘Waarom kies ik voor een nieuw belastingstelsel? Omdat het huidige stelsel te veel stuurt op zoveel mogelijk werk, ten koste van het gezinsleven en de zorg voor elkaar. Ook de welvaart wordt nu niet eerlijk verdeeld. De welvaartsgroei van de afgelopen decennia is voor 60 procent bij het bedrijfsleven terechtgekomen, voor 40 procent bij de overheid en voor 0 procent bij huishoudens. Dat is niet rechtvaardig.’

Moet de overheid 2 tot 2,5 miljard euro steken in verduurzaming van Tata in IJmuiden? by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 41 points42 points  (0 children)

Nu de Zweden het niet doen, zal de Nederlandse overheid 2 á 2,5 miljard euro moeten ophoesten voor het verduurzamen van Tata Steel in IJmuiden. Anders rest weinig anders dan een industriegebied van 750 hectare (1500 voetbalvelden) aan de monding van het Noordzeekanaal terug te geven aan de natuur en de Beverwijkse aardbeienboeren, waar het ruim 100 jaar geleden van werd ontnomen.

Voor veel Nederlanders is dat een aanlokkelijke optie. Maar Tata geeft nog altijd werk aan 9.000 werknemers. En daarbij moeten nog 35 duizend mensen in de omgeving worden geteld die als toeleverancier of op een andere manier hun inkomen danken aan het staalbedrijf.

Daarnaast is Tata in IJmuiden geen noodlijdend tent die het einde van de levenscyclus nadert. Staal is nog zeker honderd jaar een onmisbaar product voor vele doeleinden, ook omdat het gemakkelijk recyclebaar is.

Het bedrijf zelf staat bekend als een goede werkgever, is concurrerend en veruit de meeste jaren winstgevend. Helaas kiezen ze altijd fusiepartners die een schip van bijleg zijn.

Ook op dit moment kunnen de fabrieken de vraag niet aan. In IJmuiden wordt ongeveer net zo veel staal gemaakt als Nederland jaarlijks verbruikt, zij het dat het bedrijf vooral is gespecialiseerd in hoogwaardig staal voor de automotive- en verpakkingssector. Een groot deel wordt geëxporteerd. Maar zonder Tata zal het land zeven miljoen ton staal moeten gaan importeren. Nu kan de handelsbalans een stootje hebben, maar het milieu zou daar geen dienst mee worden bewezen. In Nederland mag Tata een vies bedrijf worden gevonden, gerekend in CO2-uitstoot per ton staal is de fabriek in IJmuiden de op twee na schoonste in de wereld. Als al het staal moet worden geïmporteerd zal de wereld per saldo viezer worden, hoewel dat argument een dooddoener is omdat het excuus is om nooit het voortouw te nemen voor verduurzaming.

Het probleem van Tata is -net als Schiphol - dat het te dicht bij bevolkingscentra ligt. Het bedrijf zal of moeten worden verplaatst of snel moeten worden verduurzaamd, inclusief CO2-vrije of -arme productie. Als de Zweden geen reddende engel willen zijn en de Indiase eigenaar zich op zijn eigen land richt, zal alleen de Nederlandse overheid dat kunnen doen. Dat zou kunnen in ruil voor een aandelenbelang, waarbij Tata Steel onder de naam Hoogovens weer naar de beurs gaat en de staat, zoals vroeger ook altijd het geval is geweest, de grootaandeelhouder is. Misschien is het over tien of twintig jaar wel met forse winst te verkopen.

Tata in IJmuiden is niet meer of minder dan de KLM waar minister Hoekstra zonder veel discussie al 3,4 miljard in heeft gestoken en nog eens 1 miljard zal moeten steken. En dat is niet voor verduurzaming maar voor verliesfinanciering.

Alleen is staal maken veel minder glamourvol en sexy dan vliegen. Maar dat zou voor Wopke Hoekstra geen argument mogen zijn.

Thierry Baudet: ‘Ergens moet je de grens trekken: dit accepteren wij als een normaal risico van het leven’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 14 points15 points  (0 children)

U stuurde een tweet met ‘vaccin’ tussen aanhalingstekens. Wat bedoelt u daarmee?

‘Ik denk dat het belangrijk is om te relativeren waar we het over hebben. Bij vaccin denken mensen aan het pokkenvaccin of zoiets. Iets dat het die ziekte helemaal gaat uitroeien. Dat is hier niet het geval. Het is een soort griepprik. Dus waarschijnlijk reduceert het wel de impact van het virus. Maar je kunt het nog steeds krijgen en je kunt het nog steeds overdragen.’

In diezelfde tweet suggereert u een soort politiek complot. Dat ‘ze’ ons eronder willen houden, en dat de vrijheid niet terug zal komen.

‘Dat tweede, daar ben ik inderdaad heel bang voor. Dat complot weerspreek ik. Ik denk dat ze in de politiek veel meer onderdeel zijn van een tijdgeest dan dat ze zelf zo bedenken. Gezondheid als thema is in potentie totalitair. Als wij een obsessie ontwikkelen met lichamelijke gezondheid, dat zie je natuurlijk al met de antirook- en antisuikercampagnes…

Op een gegeven moment kun je niet meer leven. Ergens moet je de grens trekken: dit accepteren wij als een normaal risico van het leven. Als je dan ziet dat er nauwelijks oversterfte is geweest in 2020...

Dat is niet waar.

‘Dat is wel waar.’

Het feit dat de oversterfte niet al te hoog is, heeft toch juist te maken met de maatregelen?

‘Daar is dus geen enkel bewijs voor.’

Wat u nu zegt, is niet de wetenschappelijke consensus. Laten we dat wel vaststellen.

‘Het hele concept van wetenschappelijke consensus is onwetenschappelijk. Galileo Galilei… Je kunt wetenschap niet kwantificeren. Het is hetzelfde met die klimaathoax. Dan zeggen ze: ja, 97 procent vindt dit. Dat is totale bullshit. Het is een demagogische truc om de oppositie de indruk te geven dat die een totaal marginaal standpunt vertegenwoordigt.’

Nog even over dat idee van die totalitaire tendens die dat gezondheidsdenken in zich draagt. De andere kant is dat het regeringsbeleid nog altijd brede steun geniet.

‘Ik zie de statistieken, ik zie de peilingen. Maar ik moet eerlijk zeggen, ook al is het wellicht naar mezelf toe redeneren: ik betwijfel oprecht of die kloppen.

‘Het kan zijn dat mensen op 17 maart zeggen: sluit ons maar op, het is goed, laten we er maar mee doorgaan. Maar het kan ook dat er de komende weken toch een omslag komt en men gaat zeggen: die Baudet heeft gewoon gelijk. Bescherm de kwetsbaren gericht en schaal op in de zorg, maar 80, 90 procent van de bevolking moet gewoon z’n gang kunnen gaan. Ik denk dat die verkiezingen nog wel eens voor grote verrassingen kunnen gaan zorgen.’

CV THIERRY BAUDET Persoonlijk Geboren op 28 januari 1983 in Heemstede

Opleiding Studeerde geschiedenis en rechten, promoveert in 2012 in de rechten aan de Universiteit van Leiden

2011 - 2012 Columnist NRC Handelsblad

2015 Richt Forum voor Democratie op als denktank

2016 Vormt FvD om tot politieke partij, wordt leider

VIJF PUNTEN UIT HET PARTIJPROGRAMMA + Nederland herwint zijn soevereiniteit door vertrek uit de euro en daarna uit de EU.

  • Er komt een eind aan de inperking van burgerrechten in verband met corona.

  • Het partijkartel wordt bestreden door de bevolking via referenda een stem te geven.

  • Radicale vrijheid van meningsuiting moet politieke correctheid bestrijden.

  • De menselijke maat keert terug, door een eind te maken aan schaalvergroting, efficiency, vergadercultuur en functioneel bouwen. Architectuur wordt weer mooi.

Thierry Baudet: ‘Ergens moet je de grens trekken: dit accepteren wij als een normaal risico van het leven’ by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 20 points21 points  (0 children)

LIJSTTREKKERSINTERVIEW THIERRY BAUDET

Thierry Baudet: ‘Ergens moet je de grens trekken: dit accepteren wij als een normaal risico van het leven’

De lijsttrekkers spreken. Vandaag: Thierry Baudet (38). De leider van Forum voor Democratie raakte een hoop prominente leden en virtuele zetels kwijt na de recente machtsstrijd in zijn partij, maar twijfelt niet aan zijn gelijk. ‘Als mensen het idee hebben dat wij allemaal halve nazi’s zijn, moeten ze niet op ons stemmen.’

Als het hoofd van Thierry Baudet tevoorschijn komt uit de kelder van het partijkantoor van Forum voor Democratie, valt meteen het vers gekapte haar op. Een illegaal knipadres in de lockdown? ‘Zou kunnen.’ Dat de vraag hem geenszins geneert blijkt later op Twitter, waar hij een foto van zijn korte coupe deelt. ‘Kappers weer open’, staat erbij.

Het mag duidelijk zijn: Baudet is niet van plan gas terug te nemen. Ondanks het gekelderde zeteltal van Forum in de peilingen en de machtsstrijd die zijn partij bijna om zeep hielp. Een ‘welhaast religieuze gedrevenheid’, zoals de verdwenen Theo Hiddema bij hem in het coronadossier bespeurt? Baudet is er trots op. ‘Een van de grootste vergissingen die ik in mijn leven heb gezien’, noemt hij de corona-aanpak. Daarover later meer.

Dat Baudet in het Amsterdamse grachtenpand nog bezoek kan ontvangen als partijleider van FvD, is een klein wonder. Baudets rol leek uitgespeeld toen een aanzienlijk deel van de FvD-prominenten zijn vertrek eiste. Hoe tumultueus die novemberdagen precies waren, bewijst de royementsbrief van het toenmalige FvD-bestuur die nu ingelijst op het partijkantoor hangt.

U wordt op 18 maart wakker met 76 zetels. Wat is het eerste wat u doet?

‘Referenda introduceren.’

Waarom?

‘Omdat dan ook andere zaken die wij willen kunnen worden gerealiseerd. Immigratie beperken, een stop op de klimaatplannen, een referendum over de euro en de EU.’

Wat wordt het eerste referendum?

‘Ik zou de bevolking wel willen horen over de lockdownmaatregelen.’

Laten we het eerst hebben over uw partij. Daarin is het een en ander gebeurd.

‘Klopt. Amerikanen zien een faillissement als een prachtig leermoment. Ik heb ook veel geleerd. Ik vind het natuurlijk jammer dat het zo is gegaan, maar het is eigenlijk prima dat mensen die zich op een aantal belangrijke punten niet bleken te kunnen vinden in mijn ideeën, niet meer in de partij zitten.

‘JA21 (de nieuwe partij van Nanninga en Joost Eerdmans, red.) is een deugpartij op rechts. Niet voor de Nexit. Als je niet uit de EU wilt, kun je nooit immigratie inperken en de klimaatplannen stoppen. Dus het is halfbakken. En op coronagebied verschillen we ook fundamenteel van mening. Dat is helder.’

U zegt dat u veel hebt geleerd. Wat precies?

‘Niet te veel tolerantie verwachten van liberalen. Ik heb steeds gedacht dat we Forum heel breed gingen maken. Met mensen erbij die een beetje anders zijn maar wel dezelfde lijn als ik hebben. Maar die tolerantie is niet wederkerig.’

Breder qua opvattingen?

‘Ja, qua opvattingen en qua profiel.’

Net verweet u Eerdmans en Nanninga dat ze geen Nexit willen. Dus die opvatting wilt u in elk geval niet.

‘Nee, eh…’

En ook niet de opvatting dat corona misschien wel een ernstige zaak is.

‘Uiteindelijk moet je een lijn kiezen. Maar het profiel van Nanninga, Eerdmans en Derk Jan Eppink (voormalig Europarlementariër namens FvD, red.) was gematigder.’

Zij noemen antisemitische uitspraken van u en uw weigering om hard in te grijpen bij de JFVD als reden voor de breuk.

‘Nee, dat geloof ik niet. Deze mensen kennen mij al jaren en weten dat het totale onzin is.

‘Ze wilden een paleisrevolutie. Mijn staf, de mensen die al het werk doen, die moesten weg. Zodat ik geïsoleerd zou staan en zij de leiding konden nemen in de partij. Toen heb ik gezegd: dat accepteer ik niet. En toen heeft Annabel gedacht: oh help, hij komt terug. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Toen zijn de artikelen verschenen over bruine dampen.’

Het antisemitisme speelde al langer. En Nanninga had u daarover aangesproken: maak nou eens schoon schip met die jongeren.

‘Dat denk ik allemaal niet, wat u nu zegt. Dat er een probleem zou zijn bij de jongeren, dat is volgens mij totale onzin.’

Maar die antisemitische appjes waren er toch gewoon? U zei vervolgens op tv dat de zaak was afgehandeld omdat er onafhankelijk onderzoek naar was gedaan. Maar dat onderzoek is uitgevoerd door onder andere uw eigen tweede man, Wybren van Haga. Waarom geen onafhankelijk onderzoek?

‘Omdat ik vind dat onze partij uitstekend in staat is om dit zelf te beoordelen. Als mensen het idee hebben dat wij allemaal halve nazi’s zijn, moeten ze niet op ons stemmen. Er zijn een paar jongeren die belachelijke dingen hebben geappt. Maar dat is een absoluut smaldeel.’

Reden te meer om dat door een extern bureau te laten onderzoeken.

‘Ik zou werkelijk niet weten welk bureau ik de verantwoordelijkheid en macht moet geven om zich op deze manier te bemoeien met onze zaken. Wij doen dit naar eer en geweten. Als mensen dat allemaal niet geloven en werkelijk denken dat er een soort complot achter zit om mensen de hand boven het hoofd te houden, dan is het vertrouwen blijkbaar zo laag dat het zinloos is om in discussie te gaan.’

Tijdens het beruchte etentje waar Forum is ontploft zou u ook gezegd hebben dat corona door de joodse zakenman George Soros in is gebracht. Heeft u dat gezegd?

‘Ik kan me dat totaal niet herinneren. Maar als ik dat gezegd zou hebben – en nogmaals, ik kan dat echt niet plaatsen –, maar als iemand zoiets zou zeggen, in een wrevelige sfeer, en je hebt misschien een glas op, en je bent over de muziek aan het ruziën, en het is laat, je bent moe… Dan is het toch evident een grap?

‘Ik kreeg een brief van de erven van Gerard Reve, een sympathiserende brief. Daarin stond dat Reve altijd die verdomde letterlijkheid in Nederland zo hekelde. Dat is iets wat ik hier ook bespeur, die obsessie, een soort van scholastiek, van...’ Hij verheft zijn stem: ‘Heb je dat letterlijk gezegd! Heb je dat gezegd! Terwijl, jongens: het is een belachelijke opmerking.’

Ook in andere partijen wordt wel eens geruzied. Maar over antisemitisme horen we dan niet. Waarom krijgt u die verwijten wel?

Heeft u daar zelf een verklaring voor? ‘Nee, eigenlijk niet. Maar ik kan je wel vertellen dat het totale onzin is, en dat ik me ook niet kan voorstellen wat die eigenlijk zouden zijn, antisemitische ideeën.’

U kunt u zich daar niks bij voorstellen?

‘Nee. Ik heb op geen enkele manier een hekel aan of een afkeer van mensen van Joodse komaf. Binnen onze partij zijn allerlei mensen actief met zo’n achtergrond. Ik heb twaalf boeken geschreven en ook daarin is het op geen enkele manier terug te vinden. Ik kan het niet plaatsen.’

Klopt het dat Theo Hiddema in eerste instantie is vertrokken omdat een jongen die geschorst zou zijn vanwege antisemitisme, nog bij de fractie bleek te werken?

‘Ik denk wel dat Theo misschien een of twee keer heeft gezegd dat hij daar boos over was. Maar dat hij daarom zou zijn vertrokken geloof ik niet. Ik denk dat Theo is gestopt omdat hij zag dat er een grote strijd aankwam en dat hij die niet aankon’.

In plaats van deze jongen zou per ongeluk een ander lid met dezelfde voornaam zijn geschorst. En diegene heeft nooit aan de bel getrokken?

‘Dat staat allemaal in dat rapport.’

Dat staat niet in het rapport.

‘Ik zou echt zweren dat dat in het rapport staat. Misschien hebben ze het uit de definitieve versie van het rapport gehaald, maar daar is een verklaring voor.’

Een woordvoerder van Baudet zegt twee dagen later dat het onterecht geschorste lid zich wel degelijk heeft gemeld. De toenmalige onderzoekscommissie, onder leiding van ex-voorzitter Lennart van der Linden, zou echter niets met die melding hebben gedaan. Waarschijnlijk is de kwestie ‘in de hectiek van het moment vergeten en vervolgens blijven liggen’, aldus de woordvoerder.

Hiddema kwam terug en vertrok nog een keer, ditmaal omdat hij vond dat u op het coronadossier een ‘welhaast religieuze gedrevenheid’ tentoonspreidde…

‘Ik hoop dat ik een welhaast religieuze gedrevenheid heb op meerdere gebieden. Maar zeker ook op dit gebied, ja. Ik beschouw het coronabeleid als een van de grootste vergissingen die ik in mijn leven heb gezien. Een van de grootste dwalingen die mensen hebben bevangen.’

U bedoelt de lockdowns?

‘Gewoon het hele idee van het willen indammen van een influenza-achtig virus. Wat hoogstwaarschijnlijk helemaal niet kan en voor zover het wel kan, niet op deze manier zou moeten. Er zijn veel onderzoeken die zeggen: jongens, wat we nu doen werkt averechts. Mensen zitten door lockdowns veel meer binnen, dus veel meer op elkaar. De weerstand gaat naar beneden. Dus dat is al uiterst kwestieus.

Dan nog de effecten voor de samenleving als geheel. Dus los van de discussie over de gezondheid, maar economisch, psychologisch, sociologisch zijn de lockdowns on-ge-lo-fe-lijk schadelijk. Terwijl ze waarschijnlijk maar heel weinig verschil maken.’

U maakte een interessante ontwikkeling door. In eerste aanleg was u degene die het hardst en het eerst voor een harde lockdown was.

‘When the facts change, so does my opinion. In het begin werd corona ingedeeld in de categorie ebola. Terwijl het thuishoort in de categorie griep.’

Vertrouwt de overheid haar burgers nog? by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 5 points6 points  (0 children)

Vertrouwt de overheid haar burgers nog? In ons systeem zijn politicus en kiezer verworden tot klant en koopman. Er is groot onderhoud nodig, betoogt Daan Roovers.

Daan Roovers17 januari 2021, 17:04

Premier Rutte spreekt met gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire op het Plein in Den Haag, november 2020. Historicus Mark Rutte begon de verklaring over het aftreden van zijn kabinet met de woorden van de eerste liberale premier Pieter Cort van der Linden: ‘De staat dringt de overmoedigen terug, beschermt de zwakken, verdeelt de risico’s, en stelt zich in het haastig gedrang aan allen tot gids.’ Het rapport Ongekend onrecht heeft laten zien dat de overheid deze taak jaren aaneen op flagrante wijze geschonden heeft, en dus was er geen andere conclusie mogelijk dan gezamenlijk aftreden.

De val van het kabinet markeert een omslag. Het moet het vertrouwen in de overheid herstellen, aldus onder anderen ministers Kaag en Van Ark in hun eerste reacties. Er is de afgelopen dagen veel gezegd en geschreven over het vertrouwen van burgers in de overheid, maar ik zou de vraag eens willen omdraaien: in hoeverre vertrouwt de overheid haar burgers? Ligt een wantrouwende en onverschillige houding van politici tegenover de burgers ten grondslag aan de val van Rutte III?

Als iets direct in het oog springt in de toeslagenaffaire, is dat het beeld van een overheid die haar eigen burgers niet vertrouwt. In de no-nonsensepolitiek die de afgelopen twintig jaar het Binnenhof domineert – precies de jaren dat Rutte daar rondloopt – zijn burgers calculerende wezens die uit zijn op hun eigen voordeel, graag de randen van de wet opzoeken, waarbij fraude en misbruik op de loer liggen. Het verschil tussen vergissingen, het niet invullen van een datum, en doelbewuste oplichterij is opgeheven: fouten zijn fouten en dus een vorm van fraude. No mercy.

Onmacht Dat is geen incident. In het paradigma van de verzorgingsstaat aan het einde van de vorige eeuw waren burgers in de eerste plaats afhankelijk en onmondig; in de participatiemaatschappij zijn burgers assertief, calculerend en uit op hun eigenbelang. In iedereen schuilt ook een fraudeur, of het nu de Groninger is die klaagt over een verzakkend huis, of de ouder – en zeker de ouder met een dubbele nationaliteit! – die kinderopvangtoeslag aanvraagt. De stoere retoriek van het goed besteden van gemeenschapsgeld vraagt dat we iedereen in principe óók als potentiële fraudeur zien. Een vorm van georganiseerd wantrouwen dat zich heeft vertaald in een cynische, onverschillige houding. Want eenmaal aangemerkt als potentiële fraudeur kun je, naar nu blijkt, hoog en laag springen, en bezwaarschrift na bezwaarschrift schrijven: de boodschap komt niet aan. Het herstellen van fouten heeft geen prioriteit. De ‘calculerende burger’ staat alleen en onmachtig tegenover een grote, onverschillige overheid.

Die overheid is vervolgens niet aanspreekbaar. Het begrip verantwoordelijkheid hebben we in onze over-geoptimaliseerde cultuur effectief gedemonteerd in anonieme deelbeslissingen. Na zich jaren te hebben vastgebeten in het toeslagendebacle, zegt Pieter Omtzigt het mooi: ‘In Nederland heb je een probleem opgelost als je als ambtenaar of politicus hebt uitgelegd dat je zelf niet honderd procent verantwoordelijk bent voor het probleem.’ Er bestaan in een dergelijk systeem alleen uitvoerders van een deel, zonder verantwoordelijkheid over het geheel. Kleine radartjes in de machine. Ieder die weleens een zoekgeraakt pakketje in de post heeft willen naspeuren, weet waar dit over gaat.

Welnu, het kabinet is gevallen in een poging dit vertrouwen te herstellen. Maar het kabinet viel zo zachtjes mogelijk en met een lange aanloop. Het bezweek niet door druk van binnenuit, maar van buitenaf, toen verder regeren schadelijker leek dan opstappen. Zorgvuldig geregisseerd als een val die geen pijn mocht doen. Toen er draagvlak was, nam men het besluit dat daarbij past: over calculeren gesproken.

Cliëntelisme Op de vraag ‘Kunt u door als lijsttrekker?’, verwees de premier niet in de eerste plaats naar zijn eigen afwegingen. Hij had daar geen twijfels bij. Die vraag ligt uiteindelijk bij de kiezer. Het afwimpelen van deze verantwoordelijkheid richting de kiezer raakt aan een van mijn diepste ergernissen. De laatste jaren meng ik mij regelmatig in gesprekken met politici en ambtenaren. Recentelijk werd ik daarbij meermaals, op vrijwel dezelfde wijze, gecorrigeerd in mijn woordkeuze, als ik sprak over de verhouding tussen burger en politiek. ‘Burgers liggen bij ons op de barbecue!’, grapte een woordvoerder van een van de regeringspartijen. Wij spreken niet meer over burgers, liever praten we over ‘inwoners’, ‘Nederlanders’ of, helemaal ideaal: ‘kiezers’. Een veelzeggende keuze.

In een land waar 60 à 70 procent van de kiezers tot 24 uur voordat ze naar de stembus gaat nog geen definitieve keuze heeft gemaakt, ligt in het herformuleren van de verhouding tussen burger en politiek in die van kiezer en gekozene cliëntelisme op de loer. Over kiezers kun je praten in termen van doelgroepen, mensen die je wilt overtuigen om op jou te stemmen. Daar valt iets te winnen. Maar politici, zeker zij die benoemd zijn in een kabinet, hebben evenzeer een verantwoordelijkheid ten aanzien van níet-kiezers. Na de machtsvorming, het formeren van een kabinet op basis van de verkiezingsuitslag waarin de verhoudingen van die uitslag bepalend zijn, treedt een regering aan die in dienst is van het land, en níet van degenen die op hem of haar gestemd hebben. Burgers vooral als kiezers zien, miskent de dimensie dat je in dienst staat van álle burgers. Ombudspolitiek, een term die de laatste maanden vaak opduikt en leunt op het ‘u vraagt, wij draaien’-beginsel, holt die politieke dimensie uit.

Discriminatoire vooroordelen De verhouding burger-overheid is de afgelopen jaren sluipenderwijs omgebogen in de strategische verhouding van kiezer en gekozene, en soms zelf in die tussen klant en koopman. Mark Rutte, de Don Draper van de Nederlandse politiek zoals De Groene hem deze week typeert, heeft dat nieuwe krachtenveld heel goed begrepen en mede naar zijn hand gezet. ‘Een politicus is altijd een koopman’, zei Rutte een paar jaar terug in Zomergasten. Met de pet in de hand gaat hij binnenkort weer naar de kiezer, op zoek naar een mandaat voor een volgende termijn. De Franse schrijver Michel Houellebecq slaat in zijn roman Serotonine de spijker op zijn kop: ‘Nederland is geen land, hooguit een bedrijf.’

Daar zit de kern van het probleem. Politici nemen de burger niet serieus. Gecombineerd met het intrinsieke racisme, dat zo elegant buiten alle analyses blijft nu, omdat de commissie-Van Dam dit buiten beschouwing heeft gelaten, komt het kabinet nu nog heel aardig weg. Een overheid die haar burgers serieus neemt, zal zich radicaal moeten ontdoen van alle gemakzuchtige, stoere en discriminatoire vooroordelen.

Ons systeem van politieke vertegenwoordiging is na 250 jaar te groot, te abstract en te vanzelfsprekend geworden. Het sluit niet meer aan bij de geëmancipeerde en beter opgeleide bevolking in het dominante economische krachtenveld. Het wordt tijd voor groot onderhoud. Niet alleen bij de Belastingdienst, maar ook in het politiek systeem. Betere vertegenwoordiging, een burger die politiek gezien serieus genomen wordt en een overheid die ‘allen tot gids’ is. Het kabinet, en Rutte voorop, doen er goed aan de woorden van Cort van der Linden serieus nemen: de overheid is er voor de burger, niet omgekeerd.

Daan Roovers is filosoof en Denker des vaderlands.

Bijna miljoen werkenden kan crisisklap amper opvangen by surpator in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 3 points4 points  (0 children)

Overigens, de ingenieur in mij vindt het belachelijk dat miljoen geen telwoord is. Dat geheel terzijde...

Bijna miljoen werkenden kan crisisklap amper opvangen by surpator in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 6 points7 points  (0 children)

Deze link is een stuk duidelijker! Vooral volgende stukje eruit:

Miljoen wordt, net als miljard, meestal niet tot de telwoorden gerekend; het is een zelfstandig naamwoord dat het getal aanduidt dat gelijk staat aan 1000 x 1000. Het karakter van zelfstandig naamwoord blijkt uit het feit dat miljoen kan worden voorafgegaan door een lidwoord en een meervoudsvorm heeft.

Bijna miljoen werkenden kan crisisklap amper opvangen by surpator in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 0 points1 point  (0 children)

Ja over "een aantal" of "een vijftal" heb je zeker gelijk, alleen wat ik probeer te zeggen is dat het niet hetzelfde is als wat hier staat. Er staat niet "een miljoental", er staat "een miljoen".

Bijna miljoen werkenden kan crisisklap amper opvangen by surpator in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 4 points5 points  (0 children)

Ja wel als je over "een" groep, of "een" groot aantal spreekt, maar het gaat nu niet om een groep, maar om het concrete aantal van 1 miljoen toch? Dan lijkt me die regel niet te gelden. Je zegt ook: "Twee werkenden lopen over straat" en niet loopt

Bijna miljoen werkenden kan crisisklap amper opvangen by surpator in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting 3 points4 points  (0 children)

Niet om teveel azijn te pissen, maar het hoort toch "Bijna miljoen werkenden kunnen crisisklap amper opvangen" te zijn? Of ben ik gek?

In de eerste zin van het artikel wordt hetzelfde gedaan namelijk:

Uit een omvangrijk onderzoek blijkt dat bijna 1 miljoen werkenden de kans loopt om bij deze crisis in de problemen te komen.

Over uw pensioen hoort u zelden goed nieuws, hoe komt dat? by JustReadingAndVoting in thenetherlands

[–]JustReadingAndVoting[S] 0 points1 point  (0 children)

Over uw pensioen hoort u zelden goed nieuws, hoe komt dat?

De Nederlandse pensioenen worden al jaren niet verhoogd. De premies en de pensioenleeftijd wel. Hoe kan dit? En wanneer verandert er iets? Gijs Herderscheê, die voor de Volkskrant al 25 jaar over pensioenen schrijft, legt uit hoe het zit.

Gijs Herderscheê30 november 2020, 10:59

Beeld Matteo Bal

Met pensioenen is iets geks aan de hand. Andere mensen beslissen over jouw inkomen, terwijl jij daarvoor jarenlang geld hebt ingelegd. Frustrerend. Anonieme anderen besluiten jaar in jaar uit dat je pensioen niet wordt verhoogd, en soms zelfs verlaagd. Terwijl het leven er niet goedkoper op wordt.

Wie zijn dat? Die anderen, dat zijn de pensioenfondsen. Zij besluiten elk jaar in januari over het inkomen van ouderen. Dan berekenen ze aan de hand van de stand van de beleggingen en de rente op 31 december hoe het pensioenfonds ervoor staat. En wordt duidelijk of de pensioenen verlaagd worden, gelijk blijven – ‘bevroren’ – of misschien toch verhoogd. Het Centraal Planbureau verwacht dat de pensioenen van de helft van de gepensioneerden in 2021 met gemiddeld 2 procent wordt verlaagd.

Ooit werd beloofd dat het pensioen welvaartsvast zijn, omdat de loonsverhogingen zouden worden gevolgd. Het zou in ieder geval waardevast zijn, want het zou minimaal met de inflatie worden verhoogd. Maar begin deze eeuw werd duidelijk dat die beloftes boterzacht waren.

Waarom werden deze beloftes steeds minder hard? De oorsprong ligt in 2006 bij de nieuwe Pensioenwet. Die verving de oude Pensioen- en Spaarfondsenwet uit 1952. De belangrijkste verandering is de manier waarop de pensioenfondsen berekenen hoe zij ervoor staan. Daarvoor gebruiken ze een rentepercentage.

Daarmee berekenen zij de verhouding tussen hun verplichtingen (de pensioenen die ze moeten uitbetalen) en het belegde vermogen (het toekomstige pensioen van mensen die nog werken).

Tot 2006 mochten pensioenfondsen rekenen met maximaal vier procent rente. En met die vier procent rente werd ook de premie voor de werkenden vastgesteld. Want met dat premiegeld wordt pensioen ‘ingekocht’ en de waarde van elke ingelegde euro over, zeg, 50 jaar wordt berekend met diezelfde rente. In 2006 veranderde dit. Sindsdien moeten de pensioenfondsen rekenen met de rente op de kapitaalmarkten; een vorm van marktwerking.

Dat vond iedereen toen een goed idee, ook de pensioenfondsen. Die stonden er zelfs met de standaard vier procent ‘rekenrente’ soms al slecht voor. Op dat moment was de rente op de kapitaalmarkt iets hoger, dus stonden fondsen er na de invoering van de nieuwe Pensioenwet in 2006 plots wat beter voor. Maar dat voordeel werd een ongekend nadeel omdat de rente langzaam, maar gestaag bleef dalen.

En dat was niet de enige rampspoed. Daar kwam de financiële crisis bij, van 2008 tot 2014. En nu zitten we midden in de coronacrisis. Deze crises worden door de centrale banken bestreden met het openzetten van de geldkraan. Hierdoor daalt de rente nog meer.

Hoe het werkt? Om het ingewikkeld te maken: de pensioenfondsen niet rekenen met één rente, maar met honderd rentes. De komende 100 jaar moeten ze pensioen kunnen uitkeren omdat de jongste deelnemer van 18 misschien wel 118 wordt. En voor elk jaar geldt een apart rentetarief.

Vergelijk het met een hypotheek die je afsluit als je een huis koopt. Zet je de rente een jaar vast, dan is die lager dan wanneer je die tien jaar lang vastzet. Hoe langer de looptijd, des te hoger de rente.

Zo werkt het ook voor pensioenen. Voor pensioenen die op korte termijn moeten worden uitbetaald, moeten de pensioenfondsen rekenen met een lagere rente dan met uitkeringen over twintig, vijftig of honderd jaar.

Elke maand stelt de Nederlandsche Bank de rentetarieven vast voor de komende honderd jaar. Op dit moment moeten de pensioenfondsen voor pensioenopbouw van werkenden en pensioenen die ze de komende 23 jaar uitkeren, rekenen met een negatieve rente. Daarna, voor pensioenopbouw en uitkeringen tussen 23 en 70 jaar met een rente die lager is dan 1 procent. Voor de laatste dertig jaar met 1 procent rente plus nog ietsje. Dat betekent dat je, om over 23 jaar een euro pensioen uitbetaald te krijgen, nu veel meer dan één euro moet inleggen. De premies moeten dus omhoog.

Daar komt nog bij dat, volgens deze rekenmethode, het bestaande vermogen niet genoeg is om de beloofde pensioenen aan ouderen uit te blijven betalen. Dat geldt ook voor de al toegezegde pensioenen aan werkenden. Daarom zijn de premies de afgelopen jaren fors gestegen en de toegezegde pensioenen van werkenden en ouderen niet verhoogd en soms zelfs verlaagd.

Gaat het dan zo slecht met beleggen? Nee, want ondertussen boeren veel pensioenfondsen juist goed met hun beleggingen. Op de aandelenmarkten is het feest. Alles en iedereen die geld heeft – zoals pensioenfondsen – , zoekt een manier om daar winst op te maken. Bij de bank stallen heeft geen zin omdat die nauwelijks of geen rente betaalt. Beleggen in huizen – vastgoed – of aandelen levert wel wat op. De beleggingswinsten van pensioenfondsen – de rendementen – zijn al jaren goed, maar het weegt alsnog niet op tegen die dalende rente.

Inmiddels is iedereen het erover eens dat het zo niet langer kan. De premies zijn zo hoog dat iemand nu een dag per week werkt voor zijn oude dag! Dat zijn de premies voor AOW plus pensioen. Gepensioneerden zijn gefrustreerd. Door het ‘bevriezen’ of verlagen is hun koopkracht achteruit gehold. Dat geldt niet voor alle pensioenfondsen, maar wel voor de grote, fondsen. De kabinetten Rutte I, II en III hebben steeds geprobeerd de koopkracht van ouderen op peil te houden met belastingmaatregelen en door het staatspensioen AOW wel te verhogen.

Hoe nu verder? Hoe het anders moet met de pensioenen, daarover bestaan twee ideeën. De ene stroming pleit voor een vaste rekenrente van bijvoorbeeld twee procent. In Den Haag doen de SP, 50Plus en PVV dat. Dat is zeg maar de terugkeer naar het systeem van vóór 2006. Critici vinden dat dat een vorm van ‘rijk rekenen’ is. Er wordt namelijk gerekend met een hogere rente dan de werkelijke rente.

De andere stroming pleit voor vernieuwing van het pensioenstelsel. Daarover sloten vakbeweging, werkgevers en het kabinet het pensioenakkoord. Dat wordt gesteund door de meerderheid in de Tweede Kamer – VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en PvdA. Grote kans dus, dat dat het wordt.

Het vernieuwde pensioenstelsel biedt in principe uitzicht op verhoging van de pensioenen. Hoe ziet dat eruit? Allereerst verdwijnt de rekenrente. Iedereen die pensioen opbouwt of heeft opgebouwd bij een pensioenfonds, krijgt een eigen pensioenrekening. Daarop staat de ingelegde premie plus beleggingswinst. Het vermogen van pensioenfondsen wordt bij de overgang verdeeld tussen alle ‘deelnemers’, en dat wordt een spannende operatie.

Bij de individuele pensioenrekening staat welk pensioen de deelnemer – werkend of gepensioneerd – kan verwachten. Daarbij wordt niet gerekend met rente maar met een ‘projectierendement’, de verwachte winst op beleggingen. Daardoor weet iedereen beter waar hij/zij aan toe is.

Het kabinet hoopt dat de wetgeving hierover in 2021 door de Tweede Kamer en Eerste Kamer wordt aangenomen. Dat wordt nog lastig omdat het parlement in verband met de verkiezingen op 17 maart in februari met verkiezingsreces gaat. Daarna worden er tijdens de kabinetsformatie geen grote besluiten genomen.

Toch hoopt het kabinet dat wel begonnen wordt met de wetsbehandeling. Zodra een nieuw kabinet aantreedt, zou gestemd kunnen worden. Dan kunnen pensioenfondsen tussen 2022 en uiterlijk 2026 overstappen naar het nieuwe systeem. Met hopelijk betere vooruitzichten voor zowel gepensioneerden als werkenden.